Vervlogen Troonrede-Hoop: Hoe duurzaamheid uit de Lage Landen verdween

Heel, heel even had ik naar de aanloop van de jaarlijkse derde dinsdag deze week nog een stille hoop op anders, hoop op een visie voorbij de cijfers, maar die hoop was al snel vervlogen na de eerste aanhef van deze tweehonderdste oratie. Nederland maakt een pas op de plaats. Geeft net iets minder teveel uit (ongeveer een ruime twaalf miljard euro) en gaat soberheid propageren als centrale visie op de toekomst. Terwijl complexiteit plaats maakt voor raplexiteit, lijkt het wel alsof we met elkaar nog steeds niet beseffen dat we echt in een tijdperk van transitie zijn beland.

ZKH Willem Alexander zat bij zijn tweede editie van dit parlementair spektakel er al een stuk strakker, zeg maar rustig professioneler, bij. Natuurlijk en onmiskenbaar: hij heeft een dienende rol als orator. Maar bij zijn eerste ‘koningsrede’ mocht hij het woord ‘participatiemaatschappij’ gebruiken, wat direct leidde tot een ‘hit’. Jammer was dat zo’n woord er dit jaar niet in zat. Maar nog verdrietiger was dat deze editie van de tweehonderdste troonrede de geur van ambtelijkheid verspreidde. Getallen en daaraan gelieerde feiten voerden de boventoon – ondanks zorg voor leed en verdriet.

Natuurlijk is het goed dat sinds de kabinetten Balkende I tot en met IV en Rutte I en II de over-uitgaven van de samenleving structureel terug gebracht worden. Op zich is dat prima. Vervolgens kan je bakkeleien hoe dat gebeurt, maar dat we niet meer moeten uitgeven dan we hebben, weet eigenlijk iedereen wel. En toch geven we ook dit komende jaar nog weer een slordige dertien miljard teveel uit. En dat gebeurt met wisselende bedragen al zo’n veertig jaar.

Wat Rutte en zijn tweede kabinet doen is proberen structureel te bezuinigen op een te groot uitgavenpatroon dat ver, ver voor hun tijd is ingezet. Van hoe dat gebeurt wordt ik niet altijd gelukkig, maar dat we terug moeten naar een beter evenwicht in kosten en baten vind ik vanzelfsprekend. Dat lukt eigenlijk maar mondjesmaat – we geven als land gewoon iets minder te veel uit, maar zijn nog lang niet toe aan het wegwerken van de echte schulden. Toegegeven, de uitgaven worden iets minder, maar dat is geen enkele reden tot vreugde, laat staan dat het in Nederland nu beter gaat.

We leven in kwetsbare en hoogst onzekere tijden. Rutte riskeert in het spel van meta-krachten waar hij feitelijk geen invloed op heeft als een tragische premier de geschiedenis in te gaan. Niet omdat hij moet doorgaan met bezuinigen. Vriend en vijand zijn het daar – zij het soms knarsetandend – wel over eens. Maar omdat hij ons land achterlaat zonder visie op een toekomst, zonder een infrastructuur met voldoende sociaal kapitaal om een andere samenleving mee op te bouwen. Eigenlijk zonder een visie op een economie van hoop.

Wat ik wel zorgelijk vind is dat we nergens, maar dan ook werkelijk nergens lezen of horen hoe het nu en straks met de BV Nederland verder gaat. Kabinet noch koning spreken over een tijd voorbij zorg en zuinig zijn; dat moet eigenlijk niet kunnen. Hadden we nog een jaar terug de participatie maatschappij als bejubeld en verguisd vergezicht, nu is er werkelijk niets meer van te ontdekken in de taal van de troonrede. Zeker, zorgen; zeker, verdriet; zeker, onzekerheid, maar tja, dat wisten we al, want we voelden dat ‘aan den lijve’, dichtbij en ver weg, gisteren en vandaag.

Ik ben voor de toekomst. Niet als een blinde optimist in vooruitgang, maar omdat het verleden een gedane zaak is. Ik ben ook voor de toekomst omdat we daar ruimte hebben om te veranderen – zaken al dan niet radicaal anders aan te pakken. Ik ben voor de toekomst, omdat we daarin met elkaar een andere economie kunnen vormgeven. Eén die te typeren is met woorden als inclusief, duurzaam en betrokken. Het doet mij veel verdriet dat ik die woorden in het betoog door of namens de koning in een ‘Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal over het door de regering te voeren beleid’ voor de komende tijd niet heb kunnen ontdekken. Duurzaamheid in alle betekenissen doet er in de Lage Landen niet meer toe, kennelijk.

Jan Jonker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *